Naar de inhoud
Herbs & Cultures

Andes, Amazone en maté

Zuid-Amerika

104 kruiden · 7 tradities

Van de Andes tot het Amazonegebied en de subtropische bossen langs de Paraná. Hier komen de aardappel, kinabast en yerba mate vandaan, en hier reizen Kallawaya-genezers al eeuwenlang tussen hooglanden en laaglanden.

Kenmerkende planten

Geschiedenis en vandaag

Culturen en tradities

Tijdsaanduidingen verwijzen waar mogelijk naar bronnen of vastgelegde teksten. Veel mondelinge kennis is ouder dan haar eerste schriftelijke vermelding.

Andes; kennis doorgegeven over generaties

De Kallawaya wonen in de provincie Bautista Saavedra, ten noorden van La Paz in Bolivia, in de dalen van het Apolobamba-gebergte rond het stadje Charazani, op ongeveer 2700 tot 5000 meter. Ze staan in de hele Andes bekend als rondtrekkende genezers. Volgens UNESCO gaan hun wortels terug tot vóór de Inca's, tot de culturen van Tiwanaku en Mollo. Het oudste spoor is een graf bij Niño Korin, vlak bij Charazani, uit de tijd van Tiwanaku, ruwweg 600 tot 1000 na Christus. Er lagen snuifplankjes, buisjes die als klisteerspuiten worden uitgelegd, een vijzel en bundels guayusablad dat na al die eeuwen nog cafeïne bevatte. Dat blad groeit niet in de Andes, maar in het Amazonelaagland. Volgens de antropoloog Joseph Bastien lag er ook een schedel met drie geboorde gaten waarvan het bot weer was aangegroeid: de patiënt had de operatie overleefd. Onder de Inca's hadden de Kallawaya een bijzondere plaats. Volgens de kronieken droegen zij de draagstoel van de Inca, en de kroniekschrijver Guaman Poma tekende hen zo aan het begin van de zeventiende eeuw. De historicus Thierry Saignes zocht in de archieven van La Paz, Sucre en Sevilla naar hun verleden. Volgens hem vormden de Kallawaya vóór de Inca's een eigen vorstendom op de oostflank van de Andes, van de bergketens van Carabaya en Apolobamba tot de warme heuvels richting het Amazonegebied. Carabaya en Callawaya zijn twee spellingen van dezelfde naam; de Spanjaarden splitsten het gebied later in een Peruaanse en een Boliviaanse helft. Een Kallawaya-hoofdman, Ari Capaquiqui, zou voor de Inca de weg naar het laagland van de 'Chunchos' hebben gevonden en mocht daarom zelf in een draagstoel reizen. Opvallend is dat geen enkele kroniekschrijver de Kallawaya als genezers noemt. Pas in 1766 beschreef de kanunnik Martín Landaeta mannen uit Charazani die met zakken harsen, wierook en geneeskrachtige kruiden het hele onderkoninkrijk doortrokken. Saignes denkt daarom dat de rondtrekkende genezers pas in de koloniale tijd zijn ontstaan, misschien zelfs pas in de achttiende en negentiende eeuw. In 1889 stuurde het departement La Paz een lijst van de planten van de 'Callahuaya' naar de wereldtentoonstelling in Parijs. Rond 1900 reisden genezers uit Chajaya en Curva te voet, per trein en per boot tot in Argentinië, Chili, Ecuador en Peru, en volgens de overlevering behandelden sommigen bij de aanleg van het Panamakanaal arbeiders tegen malaria en gele koorts. De Franse etnograaf Louis Girault hoorde dat het om zeven mannen uit Khanlaya ging, die via Peru en Ecuador en per stoomboot langs de kust van Colombia naar Panama reisden en er een paar maanden bleven. Verhalen dat Kallawaya in Tokio, Parijs of Rome zelfs een paus genazen, noemden zijn zegslieden verzinsels, al vonden ze het niet erg dat die de ronde deden. Toen er in de loop van de twintigste eeuw meer artsen en apotheken kwamen, werden de genezers bestreden: sommigen werden gearresteerd, anderen weggezet als heksenmeesters. In 2003 riep UNESCO de "Andeskosmovisie van de Kallawaya" uit tot meesterwerk van het immaterieel erfgoed, en in 2008 werd ze opgenomen op de representatieve lijst.

Kruiden in deze traditie (59)

Oude Guaraní-drank; vandaag gedeeld in delen van Zuid-Amerika

De Guaraní wonen al eeuwen in het gebied van het huidige Paraguay, het noordoosten van Argentinië, het zuiden van Brazilië en delen van Bolivia. Hun taal, het Guaraní, is in Paraguay een officiële taal naast het Spaans en wordt door het grootste deel van de bevolking gesproken. De Guaraní dronken al lang voor de Europeanen kwamen een aftreksel van de bladeren van maté (Ilex paraguariensis), in het Guaraní ka'a. Ze gebruikten het als drank, als middel en bij rituelen. In de zeventiende eeuw richtten jezuïeten in dit gebied missiedorpen in, de reducciones, waar Guaraní woonden en werkten. De jezuïeten slaagden erin maté te telen, die eerst alleen in het wild werd verzameld, en verkochten de bladeren in heel Zuid-Amerika als "jezuïetenthee". In 1767 werden de jezuïeten verdreven, maar het matédrinken bleef.

Kruiden in deze traditie (3)

Eeuwenoude kennis; de machi geneest tot op vandaag

De Mapuche, 'mensen van het land', zijn het grootste inheemse volk van Chili en wonen ook in Argentinië. Hun land ligt tussen de Stille Oceaan en de Andes, met gematigde regenwouden, meren en vulkanen. Lange tijd leefden de Mapuche van een combinatie van kleine tuinen, veeteelt, visserij en verzamelen. Ze kapten en brandden een stuk bos voor een moestuin en trokken verder als de grond uitgeput was. Wat het bos, de kust en de bergen opleverden, was minstens zo belangrijk als de oogst: vruchten, noten, wortels, paddenstoelen, zeewier en wilde granen. Spaanse kroniekschrijvers zagen dat verzamelen vaak over het hoofd, omdat zij vooral op akkerbouw letten. De Mapuche verzetten zich eeuwenlang tegen de Spanjaarden. Na de grote opstand van 1598 bleef het gebied ten zuiden van de rivier de Biobío onafhankelijk, en de Spaanse kroon sloot verdragen met hen. Pas aan het eind van de negentiende eeuw veroverden Chili en Argentinië hun land. De Mapuche werden op kleine stukken grond gezet, de reducciones. Rondtrekken kon niet meer, en het bos waaruit ze verzamelden, verdween voor een groot deel. Hun taal en geneeskunde werden lang onderdrukt. Toch bleef de geneeskunde bestaan. De machi, de lawentuchefe en de vroedvrouwen bleven werken, vaak in het verborgene en naast de Chileense zorg.

Duizenden jaren; honderden volken met eigen kennis

Het Amazonegebied is het grootste tropische regenwoud ter wereld. Het strekt zich uit over Brazilië, Peru, Colombia, Ecuador, Bolivia, Venezuela, Guyana, Suriname en Frans-Guyana. Er wonen honderden inheemse volken, elk met een eigen taal en eigen kennis van het bos. Mensen wonen hier al minstens tienduizend jaar. Ze veranderden het bos ook: ze teelden cassave, palmen en vruchtbomen en maakten vruchtbare zwarte aarde, terra preta. In het westen van het Amazonegebied, in het huidige Ecuador, werd Cacao al meer dan vijfduizend jaar geleden gebruikt. Na de komst van de Europeanen stierven veel mensen aan ziekten en geweld. Rond 1900 eiste de rubberhausse opnieuw een zware tol: in sommige streken werden hele volken tot dwangarbeid gedwongen en uitgemoord.

Kruiden in deze traditie (15)

Wortels in de Moche-cultuur (100–800); een levende traditie

Het noorden van Peru loopt van de kustwoestijn bij Trujillo, Chiclayo en Piura via het droogbos en de bergen tot in het Amazonegebied. Weinig streken ter wereld hebben zo'n rijke geneeskrachtige flora. De Peruaanse antropologe Lupe Camino noemde het noorden een deel van de 'gezondheidsas' van de Andes, een gebied van Zuid-Ecuador tot Noord-Bolivia waar genezers al heel lang planten verzamelen en ruilen. De traditie is oud. Archeologen vonden resten van de San Pedro-cactus op vindplaatsen die duizenden jaren oud zijn. De Moche, die tussen ongeveer 100 en 800 aan deze kust leefden, beeldden genezers af op hun aardewerk, net als de San Pedro, de zaden van cabalonga en die van ishpingo. In het graf van de Heer van Sipán, een Moche-vorst, zijn resten van zulke planten gevonden. Op het Moche-aardewerk staat ook een raadselachtige, kommavormige vrucht met een groot kelkje, die onderzoekers ulluchu noemen. Hij hangt aan de gordels van krijgers en boodschappers en zweeft rond priesters en offerscènes, en echte vruchten zijn in graven gevonden. Welke plant het is, weet niemand zeker. Bussmann en Sharon denken aan een Guarea, een boom uit het Amazonegebied waarvan de zaden giftige alkaloïden bevatten, en vermoeden dat de Moche die bij offers en misschien als snuif gebruikten. Dat is een hypothese, die nog niet door chemisch onderzoek is bevestigd. Ook de naam is onzeker: de archeoloog Rafael Larco Hoyle gebruikte hem in de jaren dertig, maar in de woordenboeken van het Mochica komt hij niet voor. Na de Spaanse verovering vermengde de inheemse geneeskunde zich met het katholicisme en met Spaanse ideeën over ziekte. In de jaren 1780 liet bisschop Baltasar Martínez Compañón van Trujillo alles in zijn bisdom beschrijven en schilderen, ook de nuttige planten. Volgens de botanicus Rainer Bussmann en de antropoloog Douglas Sharon wordt ongeveer 40 procent van die planten nog op de markten van de kust verkocht. Een derde wordt alleen nog in het Amazonegebied gebruikt, en de rest raakte in onbruik. Tegelijk kwamen er veel nieuwe planten bij. Volgens hen konden genezers in Peru vrijer experimenteren dan in Ecuador, waar traditionele geneeskunde lang werd vervolgd.

Kruiden in deze traditie (48)

In de Sibundoy-vallei in Zuid-Colombia sinds eeuwen; een levende traditie

De Sibundoy-vallei ligt op ruim tweeduizend meter hoogte in de Andes van het departement Putumayo, in het zuiden van Colombia. Ten oosten ervan dalen de bergen steil af naar het Amazonelaagland. Al eeuwen wonen er twee volken naast elkaar. De Kamëntšá, ook Camsá genoemd, spreken een taal die met geen enkele andere taal verwant is. De Inga spreken Inga Kichwa, een vorm van Quechua. Die taal kwam misschien met de Inca's of later met de missionarissen, en de Inga zelf zien zich als verwant aan de Inca's. Van het begin van de twintigste eeuw tot het eind van de jaren 1960 bestuurden kapucijner missionarissen de vallei. Ze namen veel van het land van de Kamëntšá en Inga in, lieten hen voor de missie werken en bestreden hun gebruiken. Toch bleef de kennis van de genezers bestaan. De genezers van Sibundoy heten taita's. Ze staan in heel Colombia bekend als kruidengenezers die rondtrekken en op de markten van Bogotá, Pasto en Quito planten verkopen en patiënten behandelen. Vanaf de jaren 1940 werkte de botanicus Richard Evans Schultes in de vallei met de Kamëntšá-taita Salvador Chindoy. Ook diens verwant Pedro Chindoy werd ver buiten de vallei bekend.

In de Vaupés in het noordwesten van de Amazone; een levende traditie

In het noordwesten van de Amazone, langs de Vaupés, de Apaporis, de Pirá Paraná en hun zijrivieren, op de grens van Colombia en Brazilië, wonen de Tukano-volken. Ze spreken verwante talen uit de Tukano-familie: de Tukano zelf, die zich ye'pâ-masa noemen, en de Desana, Barasana, Makuna, Wanano, Kubeo en anderen. Een man trouwt met een vrouw uit een groep met een andere taal. Daardoor groeien kinderen op met de taal van hun vader, die van hun moeder en vaak nog meer, en klinken in één maloca, het grote gemeenschapshuis, meerdere talen. Volgens hun verhalen kwamen de eerste mensen uit de Melkweg in een kano die door een anaconda werd getrokken: een man en een vrouw met drie planten, maniok, coca en yajé. Op hun weg stroomopwaarts stichtten ze de plaatsen van de volken. Bij de monding van de Pirá Paraná in de Apaporis, vlak bij de evenaar, staat een grote rotstekening die de plek aanwijst waar ze aankwamen. Vanaf de negentiende eeuw kwamen kooplieden, missionarissen en vooral rubberzoekers het gebied in. De Duitse etnoloog Theodor Koch-Grünberg, die er van 1903 tot 1905 woonde, zag bij zijn terugkeer verlaten dorpen en schreef over moord en mishandeling door de rubberbaronnen. Toch bleven grote delen van de Vaupés bewoond door de volken zelf, beschermd door watervallen en stroomversnellingen.

Uit de keuken

Recepten uit Zuid-Amerika

Alle recepten (5) →

Register

Kruiden uit Zuid-Amerika

Doorzoek kruiden, specerijen en andere natuurlijke ingrediënten op naam, toepassing of tag. Traditioneel gebruik is cultuurhistorische informatie en geen vervanging voor medisch advies.

104 resultaten

  • Let op

    Voeding · № 262

    Aardappel

    Solanum tuberosum

    Een zetmeelrijke knol en een van de belangrijkste voedselgewassen ter wereld. In volksgebruik worden rauwe plakjes of geraspte aardappel op brandwonden, gezwollen ogen en hoofdpijn gelegd; daar is geen onderzoek naar gedaan.

    Kallawaya-geneeskunst+1Volksgeloof
  • Let op

    Voeding · № 916

    Algarrobo

    Neltuma pallida (syn. Prosopis pallida)

    Doornige boom uit de vlinderbloemenfamilie, verwant aan de mesquite, met zoete peulen vol suikers. De boom houdt met zijn diepe wortels het droogbos in stand.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 896

    Altamisa

    Ambrosia peruviana

    Aromatische, behaarde ambrosiasoort. In haar gebied wordt ze gebruikt als pijnstillend, ontstekingsremmend, ontwormend en ontsmettend middel; goed onderzoek ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Voeding · № 250

    Ananas

    Ananas comosus

    Traditioneel toegeschreven

    Koortswerend, zuiverend, bitter tonicum; rijpe vrucht urinedrijvend, zweetdrijvend, verkoelend, eiwitverterend; blad laxerend en ontwormend; onrijpe vrucht sterk urinedrijvend, menstruatiebevorderend en abortief.

    Ayurveda+1Volksgeloof
  • Let op

    Kruid · № 866

    Apenboom (pehuén)

    Araucaria araucana

    Oeroude conifeer die meer dan duizend jaar oud wordt. De grote, zetmeelrijke zaden zijn een voedzaam voedsel; de hars werd op wonden gebruikt.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 873

    Arrayán

    Luma apiculata

    Chileense mirte met kaneelkleurige bast, geurig blad en eetbare zwarte bessen. Traditioneel als samentrekkend middel; onderzoek ontbreekt.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 901

    Ayahuasca

    Banisteriopsis caapi

    Reusachtige liaan, tot dertig meter lang. De stengel bevat harmine, harmaline en tetrahydroharmine, die het enzym MAO remmen. Daardoor wordt de DMT uit planten als chacruna via de mond werkzaam. De drank geeft visioenen, en meestal braken en diarree, wat in de traditie als reiniging geldt.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+3
  • Let op

    Kruid · № 492

    Ayapana

    Eupatorium triplinerve

    Traditioneel toegeschreven

    Stimulerend, versterkend, hartstimulerend, zweetdrijvend, bloedstelpend; bitter tonicum bij indigestie, hoest en koorts, tegen scheurbuik; reinigt vuile zweren.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+1
  • Let op

    Kruid · № 869

    Bailahuén

    Haplopappus baylahuen

    Harsige struik uit de composietenfamilie. Een bekende Chileense thee bij lever- en darmklachten; een werking is niet bewezen.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 889

    Bilyea

    Grimolobium pubescens (syn. Otholobium pubescens, Psoralea pubescens)

    Struik uit de vlinderbloemenfamilie met drietallige bladeren. Bevat onder meer bakuchiol; extracten verlaagden in proeven met muizen de bloedsuiker. Onderzoek bij mensen ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 282

    Boldo

    Peumus boldus

    Traditioneel toegeschreven

    Leverstimulerend, urinedrijvend.

    Kallawaya-geneeskunst+2
  • Let op

    Kruid · № 886

    Cabalonga

    Cascabela thevetia (syn. Thevetia peruviana)

    Struik met gele trompetbloemen, familie van de oleander. Alle delen, vooral de zaden, bevatten hartglycosiden die op het hart werken.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 857

    Cachanlagua

    Centaurium cachanlahuen

    Klein, bitter kruid met roze bloempjes, familie van het Europese duizendguldenkruid. Traditioneel bij koorts en voor de spijsvertering; klinisch onderzoek ontbreekt.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 1003

    Calaguala

    Campyloneurum angustifolium (en verwante varens, o.a. Polypodium)

    Smalbladige varen die op bomen en rotsen groeit. De wortelstok wordt al eeuwen als geneesmiddel verhandeld; goed onderzoek naar de werking bij mensen ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 911

    Canchalagua

    Schkuhria pinnata

    Klein, fijn vertakt eenjarig kruid uit de composietenfamilie met gele bloempjes. Smaakt bitter. Er is laboratoriumonderzoek naar stoffen die op de bloedsuiker werken, maar onderzoek bij mensen ontbreekt.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 852

    Canelo

    Drimys winteri

    Boom met een pittige, bittere bast. Als wintersbast was hij eeuwenlang een middel tegen scheurbuik; verder is de werking weinig onderzocht.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 891

    Carqueja

    Baccharis genistelloides (en B. trimera)

    Vaste plant met platte, gevleugelde stengels en bijna geen bladeren. Een van de best onderzochte Baccharis-soorten; ze bevat flavonoïden die mogelijk ontstekingsremmend werken. Klinisch bewijs ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 162

    Catuaba

    Anemopaegma arvense / Erythroxylum catuaba

    In Brazilië verkocht als opwekkend middel en afrodisiacum. Er is geen goed klinisch onderzoek; de samenstelling van producten varieert omdat verschillende bomen 'catuaba' heten.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+1
  • Let op

    Kruid · № 985

    Cayaponia ophthalmica

    Cayaponia ophthalmica

    Klimplant uit de komkommerfamilie, door Schultes beschreven; de soortnaam betekent 'voor het oog'. De chemie is onbekend; komkommerachtigen bevatten vaak bittere, prikkelende cucurbitacinen.

    Tukano-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 924

    Cebil

    Anadenanthera colubrina

    Doornige boom uit de vlinderbloemenfamilie, verwant aan yopo. De zaden bevatten veel bufotenine, tot ruim twaalf procent, en daarnaast wat DMT en 5-MeO-DMT. Als snuif geven ze heftige lichamelijke effecten en korte visioenen.

  • Let op

    Kruid · № 1002

    Chachacomo

    Escallonia resinosa (en verwante soorten, o.a. E. micrantha)

    Struik of boom van 2 tot 10 meter met een rossige, papierachtige schors en kleine, fijn getande bladeren vol hars en etherische olie. Over de werking bij mensen is vrijwel niets onderzocht.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 902

    Chacruna

    Psychotria viridis

    Struik uit de koffiefamilie, tot vijf meter hoog. Het blad bevat DMT, een kortwerkende, sterk bewustzijnsveranderende stof die alleen via de mond werkt samen met een MAO-remmer zoals ayahuasca.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied
  • Let op

    Kruid · № 919

    Chanca piedra

    Phyllanthus niruri (en P. stipulatus, P. urinaria)

    Klein kruid met rijen fijne blaadjes en piepkleine vruchtjes eronder. In proeven remde het de vorming van niersteenkristallen en werkte het plasdrijvend; kleine studies bij mensen geven nog geen duidelijk bewijs.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 890

    Chilca

    Baccharis latifolia (en verwante soorten, o.a. B. pentlandii)

    Snelgroeiende, dichtvertakte struik met glanzende, kleverige bladeren. Uit onderzoek is weinig bekend over de werking bij mensen.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 862

    Chilco

    Fuchsia magellanica

    De wilde fuchsia, met hangende rood-paarse bloemen. Traditioneel als plasmiddel en bij koorts; onderzoek ontbreekt.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 867

    Chileense aardbei (kelleñ)

    Fragaria chiloensis

    Wilde aardbei met grote, geurige vruchten, een van de ouders van de tuinaardbei. Het blad bevat looistoffen.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 861

    Chileense laurier (triwe)

    Laurelia sempervirens

    Hoge, groenblijvende boom met sterk geurend blad en hout. Traditioneel bij hoofdpijn en als plasmiddel; onderzoek ontbreekt.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 894

    Chinchircuma

    Mutisia acuminata

    Klimmende struik met ranken en opvallende oranjerode bloemen. In de plant zijn onder meer quercetine en arbutine gevonden; de werking bij mensen is niet onderzocht.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 926

    Chiricaspi

    Brunfelsia grandiflora

    Struik uit de nachtschadefamilie, tot drie meter hoog, met geurende bloemen die van paars naar wit verkleuren. Bevat onder meer scopoletine en verbindingen die bij dieren stuipen veroorzaken. Geeft een gevoel van kou en tintelingen, en in grotere hoeveelheden duizeligheid en verlamming.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+1
  • Let op

    Kruid · № 917

    Chuchuhuasi

    Maytenus macrocarpa (syn. Monteverdia macrocarpa); in Noord-Peru ook Heisteria acuminata

    Grote boom met een dikke, roodbruine bast. De bast bevat onder meer triterpenen en sesquiterpenen; in proeven werkten extracten ontstekingsremmend. Onderzoek bij mensen ontbreekt.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 378

    Citroenverbena

    Aloysia citrodora

    Traditioneel toegeschreven

    Ontspannend, helpt in slaap.

    Guaraní en de maté-traditie+4Volksgeloof
  • Let op

    Kruid · № 183

    Coca

    Erythroxylum coca

    Het blad bevat een kleine hoeveelheid cocaïne en andere alkaloïden. Kauwen of thee wordt in de Andes gebruikt tegen honger, vermoeidheid en hoogteziekte; het bewijs voor dat laatste is beperkt. Uit het blad werd cocaïne geïsoleerd, het eerste lokale verdovingsmiddel, dat tegenwoordig vooral een verslavende drug is.

    Kallawaya-geneeskunst+2
  • Let op

    Kruid · № 984

    Cojamba

    Helosis cayennensis

    Een plant zonder bladgroen die parasiteert op de wortels van bomen en struiken (familie Balanophoraceae). Ze lijkt op een jonge paddenstoel, tot blijkt dat de 'hoed' een roodbruine kolf is vol piepkleine bloemetjes. De werking is nauwelijks onderzocht.

    Tukano-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 855

    Copaiba

    Copaifera officinalis en verwante soorten

    Boom waarvan de oliehars veel bèta-caryofylleen bevat. Gebruikt op de huid bij ontstekingen en wondjes; het bewijs komt vooral uit dier- en laboratoriumonderzoek.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied
  • Let op

    Kruid · № 913

    Corpus way

    Gentianella bicolor

    Klein, zeer bitter kruid uit de gentiaanfamilie, verwant aan hercampuri. Gentianen bevatten bitterstoffen die de spijsvertering prikkelen. Klinisch onderzoek ontbreekt.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 856

    Culén

    Grimolobium glandulosum (syn. Otholobium glandulosum, Psoralea glandulosa)

    Struik uit de vlinderbloemenfamilie met klierachtig, geurend blad. Werd traditioneel gebruikt bij spijsverteringsklachten, diarree en op wonden; goed onderzoek ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst+1