Geschriften vanaf de 5e eeuw v.Chr.
De Griekse geneeskunde begon niet met artsen maar met goden. In heiligdommen van Asklepios, zoals in Epidauros en op het eiland Kos, sliepen zieken een nacht in de tempel, in de hoop dat de god hen in een droom zou genezen of raad zou geven.
In de vijfde eeuw v.Chr. ontstond op Kos een andere benadering, verbonden met de naam Hippocrates (ca. 460–370 v.Chr.). De zogenoemde Hippocratische geschriften, zo'n zestig teksten van verschillende auteurs, zoeken de oorzaak van ziekte niet bij de goden, maar in het lichaam, de voeding, het klimaat en de leefwijze.
Later bouwden anderen hierop voort. Theophrastos schreef in de vierde eeuw v.Chr. het eerste grote werk over planten. In de eerste eeuw n.Chr. beschreef de Griekse legerarts Dioscorides in De materia medica zo'n zeshonderd planten en hun gebruik. Galenus (129–ca. 216), een arts uit Pergamon die in Rome werkte, bracht alles samen in een enorm oeuvre dat ruim vijftienhonderd jaar de Europese en islamitische geneeskunde zou bepalen.
Kruiden in deze traditie (43)
Lees meer over deze traditie →
Middeleeuwse bronnen; oudere en blijvende lokale gebruiken
Na de val van het West-Romeinse Rijk werden kloosters in Europa de bewaarplaatsen van geleerde kennis, ook van de geneeskunde. Monniken en nonnen kopieerden Latijnse en Griekse medische teksten, zodat die bewaard bleven.
De regel van Benedictus, uit de zesde eeuw, bepaalt in hoofdstuk 36 dat de zorg voor zieken boven alles gaat. Kloosters kregen daarom een ziekenzaal, een apotheek en een kruidentuin. Het beroemde bouwplan van het klooster van Sankt Gallen, rond 820, toont een kruidentuin met zestien bedden naast de ziekenzaal en het huis van de arts.
Ook wereldlijke heersers bemoeiden zich ermee. In de Capitulare de villis van rond 800 liet Karel de Grote vastleggen welke planten op zijn landgoederen moesten groeien: bijna honderd soorten, waaronder veel geneeskrachtige kruiden. Vanaf de tiende eeuw werd in het Italiaanse Salerno een beroemde medische school actief. In de twaalfde eeuw werkte daar ook een vrouwelijke arts, Trota, naar wie later teksten over vrouwengeneeskunde werden genoemd.
Kruiden in deze traditie (36)
Lees meer over deze traditie →
12e eeuw (ca. 1098–1179); de Physica ontstond tussen 1151 en 1158
Hildegard werd in 1098 geboren in Bermersheim bij Alzey, in een adellijke familie. Op achtjarige leeftijd werd ze toevertrouwd aan het benedictijnenklooster op de Disibodenberg, waar ze opgroeide onder de hoede van Jutta van Sponheim. In 1115 legde ze haar geloften af. Na de dood van Jutta, rond 1136, werd ze magistra: de leidster van de zustergemeenschap.
Vanaf 1141 schreef ze haar visioenen op in de Scivias. Rond 1150 stichtte ze met ongeveer twintig zusters een eigen klooster op de Rupertsberg bij Bingen, en in 1165 een tweede in Eibingen, aan de overkant van de Rijn. Ze schreef theologie, componeerde muziek, correspondeerde met pausen en keizers en maakte predikreizen. Voor een vrouw in de twaalfde eeuw was dat uitzonderlijk.
In dezelfde jaren ontstonden haar geschriften over natuur en geneeskunde. Hildegard stierf op 17 september 1179. Eeuwenlang werd ze als heilige vereerd zonder formele heiligverklaring. Die volgde pas in 2012, en op 7 oktober van dat jaar riep paus Benedictus XVI haar uit tot kerklerares.
Kruiden in deze traditie (9)
Lees meer over deze traditie →
Voltooid in 1025; in Europa gebruikt tot in de 18e eeuw
Ibn Sina, in Europa bekend als Avicenna, werd in 980 geboren bij Buchara, in het huidige Oezbekistan. Hij was een wonderkind: als jongeman werkte hij al als arts aan het hof. Hij schreef over filosofie, wiskunde, sterrenkunde en geneeskunde, en stierf in 1037 in Hamadan, in het huidige Iran.
Rond 1025 voltooide hij de Canon van de geneeskunde, al-Qanun fi al-Tibb. In vijf boeken bracht hij de Griekse geneeskunde van Hippocrates en Galenus samen met Perzische, Arabische en Indiase kennis en met eigen waarnemingen.
In de twaalfde eeuw vertaalde Gerard van Cremona de Canon in Toledo in het Latijn. Vanaf de dertiende eeuw gebruikten Europese geleerden het werk, en vanaf de veertiende eeuw stond het op het programma van universiteiten. In 1472 verscheen de eerste gedrukte Latijnse uitgave, en in Padua werd de Canon nog in 1715 onderwezen.
Kruiden in deze traditie (13)
Lees meer over deze traditie →
Van middeleeuwse kruidenboeken tot de hedendaagse fytotherapie
Met de uitvinding van de boekdrukkunst kwamen in de vijftiende en zestiende eeuw de grote kruidenboeken. In 1485 verscheen in Mainz de Gart der Gesundheit. In 1542 publiceerde Leonhart Fuchs De historia stirpium, met prachtige houtsneden naar de natuur.
De Lage Landen speelden een grote rol. De Mechelse arts Rembert Dodoens gaf in 1554 in Antwerpen zijn Cruydeboeck uit, een van de belangrijkste kruidenboeken van zijn tijd, dat in veel talen werd vertaald. In Engeland verscheen in 1597 het Herball van John Gerard, en in 1652 The English Physitian van Nicholas Culpeper, die de kennis in het Engels toegankelijk maakte voor gewone mensen.
Vanaf de achttiende eeuw groeide de wetenschap uit de kruidenkunde. In 1785 beschreef William Withering hoe vingerhoedskruid hielp bij waterzucht door hartfalen. In de negentiende eeuw isoleerden scheikundigen werkzame stoffen uit planten, zoals morfine uit de slaapbol in 1804. In 1897 maakte Bayer aspirine, op basis van een stof die ook in wilgenbast en moerasspirea zit.
Kruiden in deze traditie (290)
Lees meer over deze traditie →
Engeland, ca. 900–1100
Uit Angelsaksisch Engeland, ruwweg van de vijfde eeuw tot de Normandische verovering in 1066, zijn opvallend veel medische teksten in de volkstaal bewaard: het Oudengels. Dat is uitzonderlijk in Europa, waar geleerde teksten meestal in het Latijn waren.
Het bekendste werk is Bald's Leechbook, het "artsenboek van Bald", uit het midden van de tiende eeuw. Een aantekening aan het eind vertelt dat Bald de eigenaar was en dat een schrijver, Cild, het boek voor hem schreef. Het wordt bewaard in de British Library.
Andere bronnen zijn de Lacnunga, een verzameling recepten en bezweringen, en het Oudengelse Herbarium, een vertaling van een laat-Latijns kruidenboek. Samen geven ze een rijk beeld van zorg in vroegmiddeleeuws Engeland.
Kruiden in deze traditie (13)
Lees meer over deze traditie →
Eeuwenoude volksgebruiken; hedendaagse kruidenmagie vooral sinds de 20e eeuw
In heel Europa kregen planten in het volksgeloof bijzondere krachten. Ze beschermden huis en vee, brachten liefde, weerden onweer en kwade machten. Die gebruiken zijn vaak heel oud en werden later met christelijke feesten verbonden.
Een mooi voorbeeld uit de Lage Landen is de kruidwis. Op Maria-Hemelvaart, 15 augustus, worden in Limburg en Belgisch-Limburg bundels van kruiden en granen gezegend. De bundel, met onder meer bijvoet en alsem, werd thuis bewaard en bij onweer in het vuur gegooid, ter bescherming tegen blikseminslag.
Ook de midzomernacht, Sint-Jan op 24 juni, was een tijd voor kruiden. Sint-janskruid werd geplukt en boven de deur gehangen tegen onheil. In de negentiende eeuw verzamelden folkloristen zulke gebruiken, en in de twintigste eeuw ontstond een moderne kruidenmagie, vooral in heidense bewegingen.
Kruiden in deze traditie (161)
Lees meer over deze traditie →