Afrika · Kruid · № 413
Bertramswortel
Anacyclus pyrethrum
Traditioneel toegeschreven
Speekselbevorderend, zenuwversterkend; bij kiespijn en cariës, keelpijn, amandelontsteking, epilepsie, reuma.
Traditie in Europa
12e eeuw (ca. 1098–1179); de Physica ontstond tussen 1151 en 1158

Hildegard werd in 1098 geboren in Bermersheim bij Alzey, in een adellijke familie. Op achtjarige leeftijd werd ze toevertrouwd aan het benedictijnenklooster op de Disibodenberg, waar ze opgroeide onder de hoede van Jutta van Sponheim. In 1115 legde ze haar geloften af. Na de dood van Jutta, rond 1136, werd ze magistra: de leidster van de zustergemeenschap.
Vanaf 1141 schreef ze haar visioenen op in de Scivias. Rond 1150 stichtte ze met ongeveer twintig zusters een eigen klooster op de Rupertsberg bij Bingen, en in 1165 een tweede in Eibingen, aan de overkant van de Rijn. Ze schreef theologie, componeerde muziek, correspondeerde met pausen en keizers en maakte predikreizen. Voor een vrouw in de twaalfde eeuw was dat uitzonderlijk.
In dezelfde jaren ontstonden haar geschriften over natuur en geneeskunde. Hildegard stierf op 17 september 1179. Eeuwenlang werd ze als heilige vereerd zonder formele heiligverklaring. Die volgde pas in 2012, en op 7 oktober van dat jaar riep paus Benedictus XVI haar uit tot kerklerares.
Het sleutelwoord in Hildegards denken is viriditas, groenkracht: de levenskracht die alles laat groeien en bloeien, van planten tot de menselijke ziel. Gezondheid is voor haar het bloeien van die groenkracht, ziekte het verdorren ervan.
Ze werkte binnen het medische kader dat Europa uit de oudheid had geërfd: vier elementen en vier lichaamssappen, met kwaliteiten als warm, koud, droog en vochtig. Daar voegde ze een eigen, theologische uitleg aan toe. Door de zondeval van Adam raakten de sappen in de mens uit balans, en daarmee kwam de ziekte in de wereld. In haar geschriften beschrijft ze ook temperamenten van mannen en vrouwen, die bepalen hoe iemand ziek wordt en wat helpt.
Een ander kernbegrip is discretio, het juiste midden. In de geest van de benedictijnse regel waarschuwt Hildegard voor elk uiterste, in eten, vasten, werken en slapen. Gematigdheid is voor haar zelf al een vorm van geneeskunde.
Middeleeuwse kloosters waren centra van medische kennis. De regel van Benedictus verplichtte tot zorg voor zieken; kloosters hadden een ziekenzaal en een kruidentuin, en monniken en nonnen kopieerden Latijnse medische teksten. Hildegard putte uit die geleerde traditie, maar ook uit de volkskennis van haar streek. In haar teksten staan naast Latijnse vaak Duitse plantennamen.
Haar werken zijn bewaard in handschriften die na haar dood werden overgeschreven. Causae et curae is zelfs maar in één handschrift uit de dertiende eeuw overgeleverd. Onderzoekers bespreken daarom hoeveel van de tekst rechtstreeks van Hildegard komt en wat latere afschrijvers hebben aangepast.
De Hildegard-geneeskunde van nu is grotendeels een twintigste-eeuwse uitwerking. De Oostenrijkse arts Gottfried Hertzka maakte haar vanaf de jaren zeventig bekend bij een groot publiek, en latere auteurs bouwden daarop voort. Die moderne vorm maakt keuzes, vult aan en wijkt op punten af van wat in de middeleeuwse teksten staat.
Het natuur- en geneeskundige werk bestaat uit twee delen. De Physica, ook Liber simplicis medicinae genoemd, telt negen boeken: over planten (het grootste deel), elementen, bomen, stenen, vissen, vogels, viervoeters, kruipende dieren en metalen. Bij elk middel beschrijft Hildegard de kwaliteiten en het gebruik.
Causae et curae gaat over de oorsprong van de wereld en van ziekte, over de bouw van het menselijk lichaam en de temperamenten, en bevat recepten en behandelingen.
Daarnaast schreef ze drie grote visionaire werken: Scivias, het Liber vitae meritorum en het Liber divinorum operum. Haar muziek is verzameld in de Symphonia, en ze schreef het Ordo virtutum, een muzikaal spel over de deugden.
Hildegard behoort sinds 2012 tot de kerkleraren van de katholieke kerk, als een van de weinige vrouwen. In Eibingen bij Rüdesheim leeft nog altijd een benedictinessenabdij die haar naam draagt.
Daarbuiten is ze een populaire figuur geworden. Er zijn winkels, kookboeken en kuren die zich op haar beroepen, met spelt als hoofdingrediënt en kruiden als galgant, bertram en venkel. Ook haar muziek wordt veel uitgevoerd en opgenomen.
Historici benadrukken dat haar geneeskunde past in de kennis van de twaalfde eeuw. Ze is waardevol als cultureel en religieus erfgoed, maar geen bewezen behandelmethode, en niet alle middelen uit haar teksten zijn veilig.
In de Physica beschrijft Hildegard honderden planten. Ze noemt van elk of hij warm of koud is en waarvoor hij dient. Sommige planten prijst ze uitbundig. Spelt (dinkel) is voor haar het beste graan, dat een goed humeur geeft. Venkel noemt ze heilzaam en verheugend. Galgant, salie en quendel (wilde tijm) komen er goed van af.
Haar natuurbeeld omvat meer dan planten. Edelstenen, metalen en dieren hebben in de Physica allemaal een plaats in één door God geschapen orde, waarin de mens het middelpunt is en alles met alles verbonden.
Lees Hildegard als een stem uit de twaalfde eeuw, waarin theologie en geneeskunde niet van elkaar te scheiden waren. Haar teksten zijn geen handleiding voor vandaag.
Wees kritisch op moderne "Hildegard-producten": de kwaliteit en de beloften lopen sterk uiteen, en wat er op het etiket staat komt niet altijd uit haar eigen werk. Overleg bij klachten met een arts.
Uit de keuken
Register
Afrika · Kruid · № 413
Anacyclus pyrethrum
Traditioneel toegeschreven
Speekselbevorderend, zenuwversterkend; bij kiespijn en cariës, keelpijn, amandelontsteking, epilepsie, reuma.
Azië · Kruid · № 119
Alpinia galanga
Een verwant van gember dat traditioneel wordt gebruikt bij misselijkheid, winderigheid en een trage spijsvertering. Klinisch bewijs is beperkt.
Azië · Kruid · № 832
Alpinia officinarum
Aromatische wortelstok, traditioneel gebruikt bij spijsverteringsklachten.
Europa · Kruid · № 44
Lavandula angustifolia
Geurige plant voor bad- en parfumproducten en aromatherapie. Bewijs voor medische effecten is voorlopig.
Europa · Kruid · № 590
Mentha pulegium
Traditioneel toegeschreven
Stimulerend, samentrekkend, menstruatiebevorderend, zweetdrijvend; brengt uitgestelde menstruatie op gang, kalmeert de maag, verlaagt plotselinge hoge koorts.
Europa · Kruid · № 45
Salvia officinalis
Keukenkruid. Enkele kleine studies wijzen op mogelijke effecten op geheugen en bloedvetten, maar het bewijs is beperkt.
Europa · Voeding · № 833
Triticum spelta
Graan voor brood en pap; voedingskundig vergelijkbaar met tarwe.
Europa · Kruid · № 72
Foeniculum vulgare
Het zaad wordt traditioneel gebruikt bij winderigheid, een opgeblazen gevoel en krampjes. Er zijn enkele kleine studies, maar het bewijs is beperkt.
Europa · Kruid · № 838
Thymus serpyllum
Aromatisch kruid, traditioneel gebruikt bij hoest en spijsverteringsklachten.