Naar de inhoud
Herbs & Cultures

Andes, Amazone en maté

Zuid-Amerika

104 kruiden · 7 tradities

Van de Andes tot het Amazonegebied en de subtropische bossen langs de Paraná. Hier komen de aardappel, kinabast en yerba mate vandaan, en hier reizen Kallawaya-genezers al eeuwenlang tussen hooglanden en laaglanden.

Kenmerkende planten

Geschiedenis en vandaag

Culturen en tradities

Tijdsaanduidingen verwijzen waar mogelijk naar bronnen of vastgelegde teksten. Veel mondelinge kennis is ouder dan haar eerste schriftelijke vermelding.

Feest in Collasuyu, het zuidelijke deel van het Inkarijk waar ook de Kallawaya woonden; Guamán Poma de Ayala, ca. 1615.

Rond Charazani, Bolivia

Kallawaya-geneeskunst

Andes; kennis doorgegeven over generaties

De Kallawaya wonen in de provincie Bautista Saavedra, ten noorden van La Paz in Bolivia, in de dalen van het Apolobamba-gebergte rond het stadje Charazani, op ongeveer 2700 tot 5000 meter. Ze staan in de hele Andes bekend als rondtrekkende genezers. Volgens UNESCO gaan hun wortels terug tot vóór de Inca's, tot de culturen van Tiwanaku en Mollo. Het oudste spoor is een graf bij Niño Korin, vlak bij Charazani, uit de tijd van Tiwanaku, ruwweg 600 tot 1000 na Christus. Er lagen snuifplankjes, buisjes die als klisteerspuiten worden uitgelegd, een vijzel en bundels guayusablad dat na al die eeuwen nog cafeïne bevatte. Dat blad groeit niet in de Andes, maar in het Amazonelaagland. Volgens de antropoloog Joseph Bastien lag er ook een schedel met drie geboorde gaten waarvan het bot weer was aangegroeid: de patiënt had de operatie overleefd. Onder de Inca's hadden de Kallawaya een bijzondere plaats. Volgens de kronieken droegen zij de draagstoel van de Inca, en de kroniekschrijver Guaman Poma tekende hen zo aan het begin van de zeventiende eeuw. De historicus Thierry Saignes zocht in de archieven van La Paz, Sucre en Sevilla naar hun verleden. Volgens hem vormden de Kallawaya vóór de Inca's een eigen vorstendom op de oostflank van de Andes, van de bergketens van Carabaya en Apolobamba tot de warme heuvels richting het Amazonegebied. Carabaya en Callawaya zijn twee spellingen van dezelfde naam; de Spanjaarden splitsten het gebied later in een Peruaanse en een Boliviaanse helft. Een Kallawaya-hoofdman, Ari Capaquiqui, zou voor de Inca de weg naar het laagland van de 'Chunchos' hebben gevonden en mocht daarom zelf in een draagstoel reizen. Opvallend is dat geen enkele kroniekschrijver de Kallawaya als genezers noemt. Pas in 1766 beschreef de kanunnik Martín Landaeta mannen uit Charazani die met zakken harsen, wierook en geneeskrachtige kruiden het hele onderkoninkrijk doortrokken. Saignes denkt daarom dat de rondtrekkende genezers pas in de koloniale tijd zijn ontstaan, misschien zelfs pas in de achttiende en negentiende eeuw. In 1889 stuurde het departement La Paz een lijst van de planten van de 'Callahuaya' naar de wereldtentoonstelling in Parijs. Rond 1900 reisden genezers uit Chajaya en Curva te voet, per trein en per boot tot in Argentinië, Chili, Ecuador en Peru, en volgens de overlevering behandelden sommigen bij de aanleg van het Panamakanaal arbeiders tegen malaria en gele koorts. De Franse etnograaf Louis Girault hoorde dat het om zeven mannen uit Khanlaya ging, die via Peru en Ecuador en per stoomboot langs de kust van Colombia naar Panama reisden en er een paar maanden bleven. Verhalen dat Kallawaya in Tokio, Parijs of Rome zelfs een paus genazen, noemden zijn zegslieden verzinsels, al vonden ze het niet erg dat die de ronde deden. Toen er in de loop van de twintigste eeuw meer artsen en apotheken kwamen, werden de genezers bestreden: sommigen werden gearresteerd, anderen weggezet als heksenmeesters. In 2003 riep UNESCO de "Andeskosmovisie van de Kallawaya" uit tot meesterwerk van het immaterieel erfgoed, en in 2008 werd ze opgenomen op de representatieve lijst.

Kruiden in deze traditie (59)

Afbeelding van Yerba mate

Paraguay, Noordoost-Argentinië en Zuid-Brazilië

Guaraní en de maté-traditie

Oude Guaraní-drank; vandaag gedeeld in delen van Zuid-Amerika

De Guaraní wonen al eeuwen in het gebied van het huidige Paraguay, het noordoosten van Argentinië, het zuiden van Brazilië en delen van Bolivia. Hun taal, het Guaraní, is in Paraguay een officiële taal naast het Spaans en wordt door het grootste deel van de bevolking gesproken. De Guaraní dronken al lang voor de Europeanen kwamen een aftreksel van de bladeren van maté (Ilex paraguariensis), in het Guaraní ka'a. Ze gebruikten het als drank, als middel en bij rituelen. In de zeventiende eeuw richtten jezuïeten in dit gebied missiedorpen in, de reducciones, waar Guaraní woonden en werkten. De jezuïeten slaagden erin maté te telen, die eerst alleen in het wild werd verzameld, en verkochten de bladeren in heel Zuid-Amerika als "jezuïetenthee". In 1767 werden de jezuïeten verdreven, maar het matédrinken bleef.

Kruiden in deze traditie (3)

Afbeelding van Boldo

Zuid-Chili en Argentinië

Mapuche-geneeskunde

Eeuwenoude kennis; de machi geneest tot op vandaag

De Mapuche, 'mensen van het land', zijn het grootste inheemse volk van Chili en wonen ook in Argentinië. Hun land ligt tussen de Stille Oceaan en de Andes, met gematigde regenwouden, meren en vulkanen. Lange tijd leefden de Mapuche van een combinatie van kleine tuinen, veeteelt, visserij en verzamelen. Ze kapten en brandden een stuk bos voor een moestuin en trokken verder als de grond uitgeput was. Wat het bos, de kust en de bergen opleverden, was minstens zo belangrijk als de oogst: vruchten, noten, wortels, paddenstoelen, zeewier en wilde granen. Spaanse kroniekschrijvers zagen dat verzamelen vaak over het hoofd, omdat zij vooral op akkerbouw letten. De Mapuche verzetten zich eeuwenlang tegen de Spanjaarden. Na de grote opstand van 1598 bleef het gebied ten zuiden van de rivier de Biobío onafhankelijk, en de Spaanse kroon sloot verdragen met hen. Pas aan het eind van de negentiende eeuw veroverden Chili en Argentinië hun land. De Mapuche werden op kleine stukken grond gezet, de reducciones. Rondtrekken kon niet meer, en het bos waaruit ze verzamelden, verdween voor een groot deel. Hun taal en geneeskunde werden lang onderdrukt. Toch bleef de geneeskunde bestaan. De machi, de lawentuchefe en de vroedvrouwen bleven werken, vaak in het verborgene en naast de Chileense zorg.

Afbeelding van Cacao

Het Amazonebekken

Kruidenkennis van het Amazonegebied

Duizenden jaren; honderden volken met eigen kennis

Het Amazonegebied is het grootste tropische regenwoud ter wereld. Het strekt zich uit over Brazilië, Peru, Colombia, Ecuador, Bolivia, Venezuela, Guyana, Suriname en Frans-Guyana. Er wonen honderden inheemse volken, elk met een eigen taal en eigen kennis van het bos. Mensen wonen hier al minstens tienduizend jaar. Ze veranderden het bos ook: ze teelden cassave, palmen en vruchtbomen en maakten vruchtbare zwarte aarde, terra preta. In het westen van het Amazonegebied, in het huidige Ecuador, werd Cacao al meer dan vijfduizend jaar geleden gebruikt. Na de komst van de Europeanen stierven veel mensen aan ziekten en geweld. Rond 1900 eiste de rubberhausse opnieuw een zware tol: in sommige streken werden hele volken tot dwangarbeid gedwongen en uitgemoord.

Kruiden in deze traditie (15)

Afbeelding van Perubalsem

Kust en hooglanden van Noord-Peru

Curanderismo van Noord-Peru

Wortels in de Moche-cultuur (100–800); een levende traditie

Het noorden van Peru loopt van de kustwoestijn bij Trujillo, Chiclayo en Piura via het droogbos en de bergen tot in het Amazonegebied. Weinig streken ter wereld hebben zo'n rijke geneeskrachtige flora. De Peruaanse antropologe Lupe Camino noemde het noorden een deel van de 'gezondheidsas' van de Andes, een gebied van Zuid-Ecuador tot Noord-Bolivia waar genezers al heel lang planten verzamelen en ruilen. De traditie is oud. Archeologen vonden resten van de San Pedro-cactus op vindplaatsen die duizenden jaren oud zijn. De Moche, die tussen ongeveer 100 en 800 aan deze kust leefden, beeldden genezers af op hun aardewerk, net als de San Pedro, de zaden van cabalonga en die van ishpingo. In het graf van de Heer van Sipán, een Moche-vorst, zijn resten van zulke planten gevonden. Op het Moche-aardewerk staat ook een raadselachtige, kommavormige vrucht met een groot kelkje, die onderzoekers ulluchu noemen. Hij hangt aan de gordels van krijgers en boodschappers en zweeft rond priesters en offerscènes, en echte vruchten zijn in graven gevonden. Welke plant het is, weet niemand zeker. Bussmann en Sharon denken aan een Guarea, een boom uit het Amazonegebied waarvan de zaden giftige alkaloïden bevatten, en vermoeden dat de Moche die bij offers en misschien als snuif gebruikten. Dat is een hypothese, die nog niet door chemisch onderzoek is bevestigd. Ook de naam is onzeker: de archeoloog Rafael Larco Hoyle gebruikte hem in de jaren dertig, maar in de woordenboeken van het Mochica komt hij niet voor. Na de Spaanse verovering vermengde de inheemse geneeskunde zich met het katholicisme en met Spaanse ideeën over ziekte. In de jaren 1780 liet bisschop Baltasar Martínez Compañón van Trujillo alles in zijn bisdom beschrijven en schilderen, ook de nuttige planten. Volgens de botanicus Rainer Bussmann en de antropoloog Douglas Sharon wordt ongeveer 40 procent van die planten nog op de markten van de kust verkocht. Een derde wordt alleen nog in het Amazonegebied gebruikt, en de rest raakte in onbruik. Tegelijk kwamen er veel nieuwe planten bij. Volgens hen konden genezers in Peru vrijer experimenteren dan in Ecuador, waar traditionele geneeskunde lang werd vervolgd.

Kruiden in deze traditie (48)

Afbeelding van Ayahuasca

Sibundoy-vallei, Zuid-Colombia

Kamëntšá- en Inga-geneeskunde

In de Sibundoy-vallei in Zuid-Colombia sinds eeuwen; een levende traditie

De Sibundoy-vallei ligt op ruim tweeduizend meter hoogte in de Andes van het departement Putumayo, in het zuiden van Colombia. Ten oosten ervan dalen de bergen steil af naar het Amazonelaagland. Al eeuwen wonen er twee volken naast elkaar. De Kamëntšá, ook Camsá genoemd, spreken een taal die met geen enkele andere taal verwant is. De Inga spreken Inga Kichwa, een vorm van Quechua. Die taal kwam misschien met de Inca's of later met de missionarissen, en de Inga zelf zien zich als verwant aan de Inca's. Van het begin van de twintigste eeuw tot het eind van de jaren 1960 bestuurden kapucijner missionarissen de vallei. Ze namen veel van het land van de Kamëntšá en Inga in, lieten hen voor de missie werken en bestreden hun gebruiken. Toch bleef de kennis van de genezers bestaan. De genezers van Sibundoy heten taita's. Ze staan in heel Colombia bekend als kruidengenezers die rondtrekken en op de markten van Bogotá, Pasto en Quito planten verkopen en patiënten behandelen. Vanaf de jaren 1940 werkte de botanicus Richard Evans Schultes in de vallei met de Kamëntšá-taita Salvador Chindoy. Ook diens verwant Pedro Chindoy werd ver buiten de vallei bekend.

Afbeelding van Achiote

Vaupés, Colombia en Brazilië

Tukano-geneeskunde

In de Vaupés in het noordwesten van de Amazone; een levende traditie

In het noordwesten van de Amazone, langs de Vaupés, de Apaporis, de Pirá Paraná en hun zijrivieren, op de grens van Colombia en Brazilië, wonen de Tukano-volken. Ze spreken verwante talen uit de Tukano-familie: de Tukano zelf, die zich ye'pâ-masa noemen, en de Desana, Barasana, Makuna, Wanano, Kubeo en anderen. Een man trouwt met een vrouw uit een groep met een andere taal. Daardoor groeien kinderen op met de taal van hun vader, die van hun moeder en vaak nog meer, en klinken in één maloca, het grote gemeenschapshuis, meerdere talen. Volgens hun verhalen kwamen de eerste mensen uit de Melkweg in een kano die door een anaconda werd getrokken: een man en een vrouw met drie planten, maniok, coca en yajé. Op hun weg stroomopwaarts stichtten ze de plaatsen van de volken. Bij de monding van de Pirá Paraná in de Apaporis, vlak bij de evenaar, staat een grote rotstekening die de plek aanwijst waar ze aankwamen. Vanaf de negentiende eeuw kwamen kooplieden, missionarissen en vooral rubberzoekers het gebied in. De Duitse etnoloog Theodor Koch-Grünberg, die er van 1903 tot 1905 woonde, zag bij zijn terugkeer verlaten dorpen en schreef over moord en mishandeling door de rubberbaronnen. Toch bleven grote delen van de Vaupés bewoond door de volken zelf, beschermd door watervallen en stroomversnellingen.

Uit de keuken

Recepten uit Zuid-Amerika

Alle recepten (5) →

Register

Kruiden uit Zuid-Amerika

Doorzoek kruiden, specerijen en andere natuurlijke ingrediënten op naam, toepassing of tag. Traditioneel gebruik is cultuurhistorische informatie en geen vervanging voor medisch advies.

104 resultaten

  • Let op

    Kruid · № 912

    Pasuchaca

    Geranium ayavacense en Geranium sessiliflorum

    Lage, rozetvormige ooievaarsbekken met een dikke wortel. Bevat looistoffen. Of de thee de bloedsuiker verlaagt, is bij mensen niet goed onderzocht.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 165

    Pau d'arco

    Handroanthus impetiginosus (syn. Tabebuia avellanedae)

    De binnenbast wordt verkocht bij schimmelinfecties, ontstekingen en als 'kankermiddel'. Er is geen betrouwbaar bewijs bij mensen; de werkzame stof lapachol bleek bij effectieve doses te giftig.

    Guaraní en de maté-traditie+2
  • Let op

    Kruid · № 885

    Peruaanse matico

    Piper aduncum

    Struik uit de peperfamilie met ruw, geurig blad. Het blad werd traditioneel gebruikt om bloedingen te stoppen; onderzoek is beperkt.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 884

    Peruaanse vlier

    Sambucus peruviana

    Boom met witte bloemschermen en donkere bessen, familie van de Europese vlier. Bloemen en blad gelden als zweetdrijvend en ontstekingsremmend.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 898

    Perubalsem

    Myroxylon balsamum (var. pereirae)

    Grote boom waarvan de hars, de balsem, naar vanille en kaneel ruikt. De balsem bevat onder meer kaneelzuur, benzylbenzoaat en vanilline, en wordt verwerkt in parfum, voedsel en zalven voor huid en wonden.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 860

    Peumo

    Cryptocarya alba

    Groenblijvende boom uit de laurierfamilie met geurig blad en eetbare rode vruchten. Traditioneel bij lever- en gewrichtsklachten; onderzoek ontbreekt.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 870

    Pichi

    Fabiana imbricata

    Struikje uit de nachtschadefamilie dat op een conifeer lijkt. Traditioneel bij blaas- en urinewegklachten en voor de spijsvertering; laboratoriumonderzoek wijst op een maagbeschermend effect.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 1009

    Pinku pinku

    Ephedra americana

    Bladloze struik met groene, gelede stengels, verwant aan de Chinese ma huang. Efedra-soorten bevatten efedrine, dat de luchtwegen verwijdt maar ook hartslag en bloeddruk verhoogt; hoeveel deze soort bevat, is weinig onderzocht.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 1014

    Queñua

    Polylepis (o.a. P. besseri en P. tarapacana)

    Knoestige bomen en struiken uit de rozenfamilie met een roodbruine, in dunne laagjes afbladderende schors die tegen de kou beschermt. Over de werking bij mensen is niets onderzocht.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 871

    Quinchamalí

    Quinchamalium chilense

    Halfparasitisch kruid met oranjegele bloemen in hoofdjes. Traditioneel bij wonden en verkoudheid; onderzoek ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 872

    Radal

    Lomatia hirsuta

    Boom uit de proteafamilie met grote, getande bladeren en mooi getekend hout. Traditioneel bij hoest; onderzoek ontbreekt.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 915

    Ratania

    Krameria lappacea (syn. Krameria triandra)

    Laag struikje dat half op de wortels van andere planten parasiteert. De rode wortel bevat veel looistoffen en werkt daardoor samentrekkend. In Europa staat ratanhiawortel in de farmacopee en wordt hij in mondwater en tandvleesmiddelen gebruikt.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 888

    Reuzenpaardenstaart

    Equisetum giganteum

    Grote paardenstaart, rijk aan silicium. Traditioneel als plasmiddel, zoals de Europese heermoes; goed bewijs ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 1012

    Roq'e

    Colletia spinosissima

    Doornige struik met groene, kruisgewijs geplaatste doorns en nauwelijks blad. Leeft samen met stikstofbindende Frankia-bacteriën. De schors bevat saponinen; over de werking bij mensen is weinig onderzocht.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 900

    Sabadilla

    Schoenocaulon officinale

    Lelieachtige plant met zeer giftige zaden, die alkaloïden als veratridine en cevadine bevatten. Apothekers maakten er wereldwijd luizenmiddelen en insecticiden van.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 875

    San Pedro

    Echinopsis pachanoi (syn. Trichocereus pachanoi)

    Snelgroeiende zuilcactus die mescaline bevat, een sterk bewustzijnsveranderende stof.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 927

    Sanango

    Tabernaemontana sananho

    Boom uit de maagdenpalmfamilie, verwant aan iboga. Bevat de indoolalkaloïden coronaridine, voacangine en ibogamine, die op die van iboga lijken. Werkt ontstekingsremmend en in het laboratorium tegen de parasiet die leishmaniasis veroorzaakt.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied
  • Let op

    Kruid · № 854

    Sangre de drago

    Croton lechleri

    Boom met een dik, bloedrood sap. Op de huid droogt het snel tot een beschermend laagje. Uit het sap is crofelemer gemaakt, sinds 2013 in de VS goedgekeurd tegen diarree bij mensen met hiv.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+1
  • Let op

    Kruid · № 982

    Souroubea

    Souroubea guianensis

    Lage struik of klimplant uit de familie Marcgraviaceae, met nectarbekers die vlinders en nachtvlinders lokken. Uit twee verwante soorten uit Midden-Amerika (S. sympetala en S. gilgii) haalden onderzoekers stoffen die bij dieren angst verminderen: betulinezuur en amyrinen. Bij mensen is dat nauwelijks onderzocht.

    Tukano-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 164

    Suma

    Hebanthe eriantha (syn. Pfaffia paniculata)

    Wordt verkocht als 'Braziliaanse ginseng' en adaptogeen bij vermoeidheid. Er is nauwelijks onderzoek bij mensen.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+1
  • Let op

    Kruid · № 877

    Tara

    Tara spinosa (syn. Caesalpinia spinosa)

    Doornige boom met rode peulen die zeer rijk zijn aan looistoffen. In laboratoriumtests remden extracten van de peulen verschillende bacteriën.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Voeding · № 1011

    Tarwi

    Lupinus mutabilis

    Lupine met wit tot paarse bloemen en eiwitrijke, oliehoudende bonen. De rauwe bonen zijn bitter door lupine-alkaloïden, die er door dagenlang weken en spoelen uit worden gehaald.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 892

    Tola

    Parastrephia quadrangularis (syn. Lepidophyllum quadrangulare, P. lepidophylla)

    Harsrijke struik tot twee meter hoog met kleine, schubvormige bladeren; kenmerkend voor de droge hoogvlakte.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 874

    Tupa

    Lobelia tupa

    Forse lobelia met rode bloemen en vilt blad. Bevat lobeline en andere alkaloïden; giftig.

    Mapuche-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 1013

    Turpay

    Nototriche (o.a. N. mandoniana en N. porphyrantha)

    Klein, kussenvormig kaasjeskruid dat plat tegen de grond groeit, met een dikke penwortel. Kaasjeskruiden bevatten slijmstoffen die verzachten; deze soorten zelf zijn nauwelijks onderzocht.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 1005

    Wira wira

    Achyrocline satureioides (en verwante wollige composieten, o.a. Culcitium canescens)

    Wollig behaarde, bitter-aromatische plant tot een meter hoog met gele bloemhoofdjes. Bevat flavonoïden als quercetine en luteoline; in het laboratorium werkt het extract tegen sommige virussen, maar onderzoek bij mensen ontbreekt.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Kruid · № 878

    Yacón

    Smallanthus sonchifolius

    Composiet met zoete, knapperige knollen vol inuline en fructo-oligosachariden, die het lichaam nauwelijks opneemt. Het blad werd onderzocht bij suikerziekte; bewijs bij mensen ontbreekt.

    Curanderismo van Noord-Peru
  • Let op

    Kruid · № 893

    Yareta

    Azorella compacta (en verwante soorten)

    Groenblijvende kussenplant die als een groen rotsblok over de grond groeit. Ze groeit ongeveer anderhalve centimeter per jaar; sommige planten zijn naar schatting meer dan 3000 jaar oud. De plant bevat een kleverige hars.

    Kallawaya-geneeskunst
  • Let op

    Voeding · № 15

    Yerba mate

    Ilex paraguariensis

    De bladeren bevatten cafeïne, theobromine en polyfenolen; de drank werkt opwekkend en verdrijft vermoeidheid, net als koffie of thee. Het is een genotmiddel en sociale drank, geen geneesmiddel.

    Kallawaya-geneeskunst+1
  • Let op

    Kruid · № 980

    Yoco

    Paullinia yoco

    Houtige liaan uit de zeepboomfamilie, verwant aan guarana. De bast bevat cafeïne en theobromine; gemeten werd 0,1 tot 3,6 procent cafeïne, het meest in de binnenbast van de stam. Het is een van de weinige planten waarvan de bast en niet het zaad of blad een cafeïnedrank geeft.

    Kamëntšá- en Inga-geneeskunde
  • Let op

    Kruid · № 907

    Yopo

    Anadenanthera peregrina

    Boom uit de vlinderbloemenfamilie met platte peulen. De zaden bevatten veel bufotenine en daarnaast DMT en 5-MeO-DMT. Als snuif geven ze vrijwel direct spiertrekkingen, misselijkheid en korte visioenen, waarbij dingen vaak heel groot lijken.

    Kruidenkennis van het Amazonegebied+1
  • Let op

    Kruid · № 324

    Zeepschors

    Quillaja saponaria

    Traditioneel toegeschreven

    Slijmoplossend, reinigend, ontstekingsremmend.

    Mapuche-geneeskunde+1