Zuid-Azië; klassieke teksten opgebouwd over eeuwen
Ayurveda betekent letterlijk "kennis van het leven": āyus is leven, veda is kennis. De wortels liggen diep in de geschiedenis van Zuid-Azië. In de Vedische teksten, vooral de Atharvaveda, komen al geneeskrachtige planten en spreuken tegen ziekte voor, maar een samenhangend medisch systeem tekent zich pas later af.
Dat systeem kreeg vorm in drie klassieke werken die samen de Bṛhat Trayī heten, "de grote drie": de Charaka Samhita, over inwendige geneeskunde, de Sushruta Samhita, over chirurgie, en de Ashtanga Hridaya van Vagbhata. De eerste twee groeiden over eeuwen en kregen hun huidige vorm ruwweg tussen enkele eeuwen vóór en enkele eeuwen na het begin van onze jaartelling. Vagbhata vatte rond de zevende eeuw beide samen. Traditionele dateringen liggen vaak veel vroeger; historici houden het op deze voorzichtigere schattingen.
Ayurveda stond nooit op zichzelf. Het beïnvloedde de Tibetaanse Sowa Rigpa en ontmoette Unani, de Grieks-Arabische geneeskunde die met islamitische vorsten naar India kwam. Onder Brits koloniaal bestuur werd westerse geneeskunde de officiële norm. Vanaf het eind van de negentiende eeuw bouwden Indiase hervormers Ayurveda opnieuw op, met eigen colleges, apotheken en gestandaardiseerde middelen. Daarom ziet de Ayurveda van nu er op veel punten anders uit dan de klassieke praktijk.
Kruiden in deze traditie (278)
Lees meer over deze traditie →
Klassieke geschriften uit de eerste eeuwen v.Chr. en n.Chr.
De Chinese geneeskunde is een van de oudste doorlopende geneestradities ter wereld. In een graf bij Mawangdui, gesloten in 168 v.Chr., vonden archeologen zijdemanuscripten met recepten tegen tweeënvijftig kwalen. Ze laten zien hoe oud de kennis al was.
De klassieke basis ligt in een paar grote werken. De Huangdi Neijing, de "Innerlijke klassieker van de Gele Keizer", kreeg in de laatste eeuwen v.Chr. vorm. Het Shennong Bencao Jing, de kruidenklassieker van de mythische boer-keizer Shennong, beschrijft 365 middelen. Rond 200 n.Chr. schreef Zhang Zhongjing het Shanghan Lun, over koortsziekten, met formules die nog steeds worden gebruikt.
Door de eeuwen heen groeide de kennis voortdurend. In 1578 voltooide Li Shizhen het Bencao Gangmu, een enorme encyclopedie met bijna tweeduizend middelen. In de twintigste eeuw werd de traditie in China hervormd en gestandaardiseerd tot wat in het Westen nu "traditionele Chinese geneeskunde" heet.
Kruiden in deze traditie (329)
Lees meer over deze traditie →
Medisch compendium samengesteld in Korea in 1613
De Koreaanse geneeskunde, hanbang of hanui, heeft wortels in de Chinese geneeskunde, maar ontwikkelde zich door de eeuwen tot een eigen traditie. Al in de Goryeo-tijd werd Korea bekend om zijn ginseng, die naar China en Japan werd uitgevoerd.
In de vijftiende eeuw zochten Koreaanse artsen bewust naar eigen, inheemse middelen, de hyangyak. In 1433 verscheen de Hyangyak Jipseongbang, een groot werk over middelen uit Korea zelf.
Het belangrijkste werk is de Donguibogam, de "Kostbare spiegel van de Oosterse geneeskunde". Koning Seonjo gaf de hofarts Heo Jun (1539–1615) in 1596 de opdracht. Na de Japanse invasies en veel tegenslag voltooide Heo Jun het werk in 1610, en in 1613 werd het gedrukt. UNESCO nam het in 2009 op in het register van het werelddocumentair erfgoed.
Kruiden in deze traditie (57)
Lees meer over deze traditie →
Wortels in het Mataram-tijdperk (8e–10e eeuw); UNESCO-erfgoed sinds 2023
Jamu is de traditionele kruidengeneeskunde van Indonesië, vooral van Java en Bali. De wortels gaan ver terug. Stenen vijzels uit de vindplaats Liyangan op Midden-Java, uit het Mataram-tijdperk van de achtste tot tiende eeuw, en reliëfs op de Borobudur wijzen al op het bereiden van kruiden.
Aan de hoven van Java, in Surakarta en Yogyakarta, werd de kennis verfijnd. Prinsessen en hofdames gebruikten jamu voor schoonheid en gezondheid. In de negentiende eeuw werd veel van die kennis opgeschreven.
In de twintigste eeuw ontstond een grote jamu-industrie. Bekende merken zoals Nyonya Meneer, opgericht in 1919, en Sido Muncul maakten jamu tot een massaproduct. In 2023 erkende UNESCO de "jamu-cultuur" als immaterieel erfgoed.
Kruiden in deze traditie (48)
Lees meer over deze traditie →
Ontwikkeld vanaf de 8e eeuw; de Vier Tantra's herzien in de 12e eeuw
Sowa Rigpa, de "wetenschap van het genezen", is de traditionele geneeskunde van Tibet, de Himalaya en Mongolië. Ze kreeg vorm in de achtste eeuw, toen koning Trisong Detsen geneeskundigen uit India, China, Perzië en andere landen naar Tibet uitnodigde.
De grondlegger volgens de traditie is Yuthok Yonten Gonpo de Oudere, een arts uit de achtste eeuw. Zijn nazaat Yuthok de Jongere herzag in de twaalfde eeuw de Gyushi, de "Vier Tantra's", het hoofdwerk van de Tibetaanse geneeskunde.
In 1696 werd in Lhasa het geneeskundig college Chakpori gesticht. In de zeventiende eeuw liet de regent Desi Sangye Gyatso een reeks medische schilderingen maken, die de leer in beeld uitleggen. Na 1959 werd Chakpori verwoest. In 1961 werd in ballingschap in Dharamsala het Men-Tsee-Khang opgericht, dat de traditie voortzet.
Kruiden in deze traditie (31)
Lees meer over deze traditie →
Vanaf de 5e–7e eeuw; eigen vorm vooral in de Edo-periode (1603–1868)
Kampo betekent "methode van de Han" en verwijst naar de Chinese oorsprong. Chinese geneeskunde bereikte Japan vanaf de vijfde en zesde eeuw, via Korea en direct uit China, samen met het boeddhisme en het Chinese schrift.
Het oudste bewaarde Japanse medische werk is de Ishinpō, in 984 samengesteld door de hofarts Tanba no Yasuyori. In de Edo-periode (1603–1868) ontwikkelden Japanse artsen een eigen, praktische vorm. De school van de "oude formules", met artsen als Yoshimasu Tōdō, ging terug naar het Shanghan Lun en legde nadruk op wat de arts zelf waarneemt.
In 1874 bepaalde de Meiji-regering dat nieuwe artsen westerse geneeskunde moesten studeren. Kampo raakte daardoor in de verdrukking. Een kleine groep artsen hield de kennis levend, en in de twintigste eeuw volgde een herleving.
Kruiden in deze traditie (82)
Lees meer over deze traditie →
Wortels in de Grieks-Romeinse oudheid; uitgewerkt in de islamitische wereld vanaf de 9e eeuw
Unani komt van het Arabische en Perzische woord Yunani, "Grieks". De traditie bouwt voort op de Griekse geneeskunde van Hippocrates en Galenus, die in de islamitische wereld werd vertaald, bewaard en sterk uitgebreid.
Vanaf de negende eeuw vertaalden geleerden in Bagdad Griekse medische werken in het Arabisch. Perzische en Arabische artsen zoals ar-Razi (865–925) en Ibn Sina (980–1037) bouwden er een rijk systeem op. Ibn Sina's Canon van de geneeskunde werd eeuwenlang in de islamitische wereld en in Europa bestudeerd.
Vanaf de dertiende eeuw kwam Unani met het Sultanaat van Delhi en later de Mogolkeizers naar Zuid-Azië, waar het opbloeide. Na de Britse overheersing zetten artsen als Hakim Ajmal Khan (1868–1927) zich in om de traditie te behouden. Hij stichtte in 1916 het Tibbia College in Delhi.
Kruiden in deze traditie (97)
Lees meer over deze traditie →