Noord-Amerika · Kruid · № 938
Trillium
Trillium spp. (o.a. Trillium erectum en T. grandiflorum)
Voorjaarsbloeiers met drie bladeren, drie kelkbladen en drie kroonbladen. De wortelstok bevat saponinen. Klinisch onderzoek ontbreekt.
Traditie in Noord-Amerika
Het verbond van de Vijf Naties ontstond tussen 1400 en 1600; een levende traditie

De Haudenosaunee, 'het volk van het langhuis', worden in het Nederlands ook Irokezen genoemd. Oorspronkelijk waren het vijf naties in wat nu de staat New York is. Van oost naar west waren dat de Mohawk (Kanien'kehá:ka), de 'hoeders van de oostelijke deur', de Oneida, de Onondaga, de 'vuurhoeders' bij wie de raad bijeenkwam, de Cayuga en de Seneca, de 'hoeders van de westelijke deur'. In het begin van de achttiende eeuw sloten de Tuscarora uit het zuiden zich aan, en sindsdien spreekt men van de Zes Naties.
Volgens de overlevering bracht de Vredestichter, samen met zijn woordvoerder Hiawatha, de verdeelde volken tot vrede onder de Grote Wet van de Vrede. De witte den werd het symbool van het verbond: de Boom van de Vrede, waaronder de wapens werden begraven. Archeologen plaatsen het ontstaan van het verbond ergens tussen 1400 en 1600.
De Haudenosaunee woonden in dorpen met langhuizen, bekleed met de bast van de iep. Families waren matrilineair: je hoorde bij de clan van je moeder, en de oudste vrouwen van een clan kozen de hoofden en konden hen ook weer afzetten. Vrouwen bewerkten de akkers met maïs, bonen en pompoen, de Drie Zusters. Mannen jaagden, visten en voerden oorlog.
Al in de winter van 1535 op 1536 genas de bemanning van Jacques Cartier bij het huidige Quebec van scheurbuik met een aftreksel van de annedda, een groenblijvende boom die de inheemse bewoners hun aanwezen. Die bewoners waren Irokezen van de Sint-Laurensrivier, verwant aan de Vijf Naties maar een ander volk, dat later verdween.
In de zeventiende en achttiende eeuw beheersten de Haudenosaunee een groot gebied en speelden ze de Nederlanders, Fransen en Engelsen tegen elkaar uit. In de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog kozen de meeste naties de kant van de Britten. In 1779 verwoestte het leger van Sullivan en Clinton tientallen dorpen en akkers. Veel Haudenosaunee trokken daarna naar Canada, onder meer naar de Grand River in Ontario; anderen bleven op reservaten in New York.
Op het reservaat brak een moeilijke tijd aan, met drankzucht, ruzie en beschuldigingen van hekserij. In 1799 kreeg de Seneca Handsome Lake visioenen. Zijn leer, de Gaiwiio of het Goede Woord, verbood alcohol, hekserij, liefdesmiddelen en abortus en gaf de oude ceremonies een nieuwe plaats. Daaruit groeide de langhuisgodsdienst, die nog altijd bestaat.
In het scheppingsverhaal valt de Hemelvrouw uit de wereld boven de hemel door een gat naast de Boom van het Licht. Vogels vangen haar op en leggen haar op de rug van een grote schildpad. Een muskusrat duikt naar de bodem van de oerzee en haalt modder omhoog, en uit die modder groeit de aarde, die blijft uitdijen terwijl de Hemelvrouw erover loopt. Haar dochter krijgt een tweeling. De Goedgezinde, ook Sapling of de Schepper genoemd, maakt alles wat de mensen helpt. Zijn broer Flint maakt wat schaadt: lastige dieren, ijs, stormen, ziekte en de dood. Uit het graf van de moeder groeien de maïs, de bonen en de pompoen, en volgens andere vertellers aardbeien en geneeskrachtige planten. Toen de mensen hun ceremonies verwaarloosden en ziekte vrij spel kreeg, gaf de Schepper hun geneeskrachtige kruiden. Hij zei erbij dat maar weinig mensen al hun namen en toepassingen zouden kennen.
Alles heeft een eigen kracht, orenda. Die kracht kan helen en kan schaden. Het woord dat in het Engels met 'medicine' wordt vertaald, betekent dan ook meer dan geneesmiddel: het is het inzetten van kracht om iets te herstellen, te beschermen of juist te verstoren. Er zijn ook liefdesmiddelen, jachtmiddelen, middelen voor de verkoop van manden en middelen voor regen. Gezondheid is evenwicht, in de mens en in de wereld om hem heen. Lichaam en geest worden niet gescheiden.
Volgens de antropoloog James Herrick zagen de Haudenosaunee vier oorzaken van ziekte, die elkaar overlappen. De eerste is het schenden van de regels die de Schepper gaf: een ritueel verkeerd uitvoeren, een feest voor de doden overslaan of een krachtig voorwerp verwaarlozen. De tweede is een onvervuld verlangen van de ziel. Wat iemand droomt, moet vervuld worden, anders wordt hij ziek; dat beschreven jezuïeten al in de zeventiende eeuw. De derde is contact met iets wat 'otkon' is, een gevaarlijke kracht: een lijk, menstruatiebloed, bepaalde dieren of een machtige amulet. De vierde is hekserij: iemand met kennis van kracht die je kwaad wil doen. Wie hoest of koorts heeft, denkt eerst aan een gewoon middel. Pas als de klacht blijft of erger wordt, zoekt men naar een diepere oorzaak.
Elke bijeenkomst opent met de Dankzeggingsrede, de woorden die voor alles gaan. Daarin bedankt de spreker in vaste volgorde de mensen, de aarde, het water, de vissen, de planten, de voedselplanten, de geneeskrachtige kruiden, de dieren, de bomen, de vogels, de vier winden, de Donderaars, de zon, Grootmoeder Maan, de sterren, de leraren en ten slotte de Schepper. Volgens Herrick krijgt een plant meer kracht naarmate hij de mensen meer geeft. De Drie Zusters staan bovenaan. Daarna komen de esdoorn en de zonnebloem, dan de den en de hemlockspar, die groen blijven en daarom aan de winter ontsnappen. Volgen de aardbei en de framboos, de iep en de linde, en pas dan de kruiden. Van elke plant bestaat een mannetje en een vrouwtje. Planten van dezelfde soort die naast elkaar groeien, zijn 'getrouwd'.
Bijna iedereen kent een paar huismiddelen, en oudere familieleden bewaren de kennis van het gezin. Daarnaast zijn er kruidenkundigen. Wie bijzonder goed blijkt in het vinden van oorzaken, wordt waarzegger. Waarzeggers lezen theebladeren, water of dromen, en vertellen of de zieke een ceremonie nodig heeft, een nieuwe vriend of lid moet worden van een medicijngenootschap. Kennis werd van oudsher gekocht en niet zomaar gedeeld. Een Seneca-genezer zei in 1938 tegen de antropoloog William Fenton dat hij zijn middelen niet kon noemen: wie zijn recepten verkoopt of verraadt, verliest ze.
Bij het verzamelen spreekt de verzamelaar de planten toe. Bij de eerste plant van een soort strooit hij tabak, de inheemse tabak, en zegt hij waarvoor het middel is en voor wie. Die eerste plant laat hij staan; hij neemt de volgende. Veel genezers plukken alleen 's ochtends, omdat de doden 's middags rondgaan, en alleen voordat de vuurvliegjes in het voorjaar verschijnen. Bast wordt vaak van de oostkant van een boom gehaald, waar de zon opkomt. Wie een braakmiddel nodig heeft, schraapt de bast naar boven; voor een laxeermiddel schraapt hij naar beneden. Planten kunnen zich volgens verschillende genezers verbergen of verplaatsen, en lachen om wie ze zoekt met verkeerde bedoelingen.
In het voorjaar en het najaar nemen veel mensen een reinigend middel, vaak een braakmiddel, om gezond de zomer of de winter door te komen. Een genezer in Akwesasne vergeleek dat in 1973 met de olie en het koelwater die je per seizoen in je auto doet. Ook lacrosse- en hardloopspelers dronken voor een wedstrijd een braakmiddel.
Als kruiden niet helpen, wordt de genezing een zaak van de gemeenschap. Bij de jaarlijkse ceremonies, zoals Midwinter, het Esdoornfeest, het Zaaifeest, het Aardbeienfeest en het Groene-Maïsfeest, wordt gedankt en worden dromen geraden en vervuld. Medicijngenootschappen genezen leden en zieken. Het bekendste is het genootschap van de Valse Gezichten, waarvan de maskers uit een levende boom worden gesneden, meestal een linde. Daarnaast zijn er de Maïsvliesgezichten, het genootschap van het Kleine Water, de genootschappen van de Beer, de Otter en de Arend, en dat van de Kleine Mensen. Wie door een genootschap genezen is, wordt er vaak lid van. Ook water geldt als een medicijn: voor sommige middelen wordt het met de stroom mee uit een beek geschept.
De kennis is mondeling. Jezuïeten beschreven in de zeventiende eeuw de droomuitleg en de genezingen in hun jaarlijkse verslagen, de Jesuit Relations. Lewis Henry Morgan schreef in 1851 League of the Ho-dé-no-sau-nee, Iroquois, met hulp van de Seneca Ely S. Parker. Diens achterneef Arthur C. Parker, zelf van Seneca-afkomst, beschreef het gebruik van maïs en andere voedselplanten (1910) en de leer van Handsome Lake (1913).
De meeste plantkennis werd in de twintigste eeuw opgetekend. De Canadese etnoloog Frederick W. Waugh noteerde tussen 1912 en 1915 bij oudere kruidenkundigen in Ontario, Quebec en New York honderden toepassingen. William N. Fenton deed dat tussen 1933 en 1942, vooral bij de Seneca. Hij schreef later over de Valse Gezichten (1987) en over de Kleine-Watermedicijn (1979).
James W. Herrick schreef in 1977 een proefschrift over de medische plantkunde van de Irokezen, met hulp van Fenton en de botanicus Stanley Smith. Hij legde Waughs en Fentons aantekeningen naast wat genezers in Akwesasne, Tonawanda en Allegany hem in de jaren zeventig vertelden. In 1995 verscheen het werk als Iroquois Medical Botany, bewerkt door de archeoloog Dean Snow. Het boek beschrijft 454 plantensoorten met hun namen, toepassingen en bereidingen, en de denkwereld waarin ze passen. Herrick merkte op dat genezers in de loop van de twintigste eeuw steeds minder over oorzaken vertelden en steeds meer alleen over klachten. Dat kwam deels door wantrouwen tegenover antropologen en deels door de oude regel dat kennis niet zomaar gedeeld mag worden.
Er was ook uitwisseling met de Europese geneeskunde. In Buffalo stond de grote kliniek van dokter Ray Vaughn Pierce, die volgens Herrick wortels van Haudenosaunee-verzamelaars kocht, zoals steenwortel en purperen engelwortel. Zijn huisdokterboek uit 1875 vond zijn weg naar de reservaten, en Engelse ziektenamen als 'consumption' raakten met eigen betekenissen in gebruik.
Haudenosaunee wonen nu op reservaten en in territoria in New York, Ontario, Quebec en Wisconsin, en in de steden daarbuiten. Six Nations of the Grand River in Ontario is de grootste gemeenschap. Andere zijn onder meer Akwesasne, Kahnawake, Onondaga, Tonawanda en de Seneca-reservaten Allegany en Cattaraugus. De Grote Raad van het verbond komt nog altijd bijeen in Onondaga.
In de langhuizen worden de ceremonies van de jaarcyclus gevierd en wordt de leer van Handsome Lake voorgedragen. Kinderen leren de Dankzeggingsrede, ook op scholen, en de talen worden in taalnesten en immersiescholen weer doorgegeven. Lacrosse, dat als een spel van de Schepper geldt en ook als medicijn kan worden gespeeld, wordt internationaal gespeeld door een eigen team, de Haudenosaunee Nationals.
Traditionele genezers werken naast de gewone zorg, en kruidenkennis wordt binnen families en gemeenschappen doorgegeven. Tegelijk staan planten onder druk. Sinds 2002 doodt de essenprachtkever bijna alle essen in Noord-Amerika, ook de zwarte es, waarvan de mandenmakers het hout splijten. Zij verzamelen nu zaad om de boom te bewaren voor later. De Amerikaanse kastanje, ooit een belangrijke voedselboom, verdween in de twintigste eeuw vrijwel helemaal door een schimmel. Ginseng, geelwortel en ramps worden in het wild overoogst.
Musea hebben veel maskers en andere gewijde voorwerpen teruggegeven, en dat gaat nog altijd door.
De Haudenosaunee gebruiken planten van bos, open veld, oever en moeras. De Drie Zusters, maïs, bonen en pompoen, zijn 'onze moeders' en worden met eigen ceremonies bedankt. De esdoorn krijgt een feest wanneer het sap gaat stromen, en de aardbei, de eerste vrucht van het jaar, ook. Met olie van de zonnebloem worden de maskers 'gevoed'. Inheemse tabak brengt met zijn rook de woorden naar de hemelwereld.
Groenblijvende bomen gelden als krachtig. De witte den is de Boom van de Vrede. Thee van hemlockspar, balsemspar en levensboom laat zweten bij verkoudheid. Van de rode iep, de wilde kers, de toverhazelaar en de sumak gebruikt men de bast. De zwarte walnoot, de hickory en de kastanje leverden noten.
Bekende kruiden zijn bloedwortel, geelwortel, gouddraad tegen een zere mond, ginseng, wilde gember bij koorts, zilverkaars bij reuma en boneset bij koorts en gebroken botten, net als de wortel van bellwort. Ook wilde sarsaparilla, nardus, pipsissewa en wintergroen horen erbij, net als patrijsbes bij een bevalling en Joe-Pye-kruid erna. Benzoëstruik dient bij verkoudheid, bergamot bij koorts, en munt en kattenkruid bij buikpijn van kinderen. Brunel, weegbree, duizendblad en koningskaars worden voor veel klachten gebruikt.
Sommige planten zijn bijzonder krachtig of gevaarlijk. De trompetbekerplant vangt insecten en is daarom een middel om aan te trekken, voor de liefde en voor de verkoop van manden. De gele plomp houdt heksen weg. De jack-in-the-pulpit mag niet bij andere medicijnen in huis liggen. Ook skunk cabbage, voetblad, Indiaanse tabak en blauwe lis zijn sterk. De gevlekte waterscheerling is zo giftig dat ze bekendstond als zelfmoordplant.
Er kwamen ook planten van elders bij, zoals klit, paardenbloem, alant en klein hoefblad. Herrick ziet in die openheid voor nieuwe middelen een kenmerk van de traditie zelf.
De medicijngenootschappen zijn besloten. In 1995 verbood de Grote Raad van de Haudenosaunee de verkoop en de tentoonstelling van medicijnmaskers, en ook het tonen van afbeeldingen ervan. Volgens de Raad is het beeld van een masker heilig en alleen bedoeld voor het doel waarvoor het gemaakt is. Daarom staan hier geen afbeeldingen van maskers, en beschrijven we de genootschappen alleen in grote lijnen. De samenstelling van de Kleine-Watermedicijn geven we niet. Hekserij, liefdesmiddelen en middelen om iemand kwaad te doen noemen we alleen als deel van het denken over ziekte, zonder recepten.
Veel kennis in dit verhaal werd door buitenstaanders opgeschreven: Waugh, Fenton, Herrick. Ze hoort bij de genezers en families die haar deelden, en bij hun gemeenschappen. Die bepalen zelf wat gedeeld wordt. Genezers zeiden zelf dat kennis haar kracht kan verliezen als ze wordt verkocht of verraden.
Sommige planten zijn giftig. Bij de gevlekte waterscheerling, groen nieskruid (Veratrum viride) en de jack-in-the-pulpit staat bewust geen bereiding. Neem nooit een wilde plant uit een schermbloemenfamilie in: engelwortel en waterscheerling lijken op elkaar, en een vergissing kan dodelijk zijn.
Koop ginseng, geelwortel en ramps alleen gekweekt, laat trillium en trompetbekerplant staan, en kies bij manden van zwarte es voor makers uit de gemeenschappen zelf.
Uit de keuken
Register
Noord-Amerika · Kruid · № 938
Trillium spp. (o.a. Trillium erectum en T. grandiflorum)
Voorjaarsbloeiers met drie bladeren, drie kelkbladen en drie kroonbladen. De wortelstok bevat saponinen. Klinisch onderzoek ontbreekt.
Noord-Amerika · Kruid · № 945
Sarracenia purpurea
Vleesetende plant met bekervormige bladeren waarin regenwater staat en insecten verdrinken. Er is weinig onderzoek naar de werking bij mensen.
Noord-Amerika · Voeding · № 937
Fragaria virginiana
Wilde aardbei met kleine, zeer smakelijke vruchten. Uit de kruising met de Chileense aardbei ontstond in de achttiende eeuw in Europa de tuinaardbei.
Noord-Amerika · Kruid · № 581
Veronicastrum virginicum
Traditioneel toegeschreven
Laxerend, stimulerend, leverondersteunend, galbevorderend; ontstuwt lever en galblaas, bij galblaaspijn en geelzucht.
Europa · Voeding · № 21
Sambucus nigra
Bessen worden traditioneel verwerkt bij verkoudheidsklachten. Voor de meeste gezondheidsclaims is onvoldoende informatie beschikbaar.
Europa · Kruid · № 94
Stellaria media
Uitwendig traditioneel gebruikt als verkoelende zalf of kompres bij jeuk, eczeem en kleine huidirritaties. Er is nauwelijks klinisch onderzoek.
Noord-Amerika · Kruid · № 586
Cypripedium parviflorum (syn. C. pubescens)
Traditioneel toegeschreven
Zenuwversterkend, krampwerend, versterkend, ontspannend, urinedrijvend; bij menstruatiepijn en onregelmatige menstruatie, overprikkelde zenuwen en slapeloosheid door stress, pijnverlichtend.
Europa · Kruid · № 86
Plantago major
Het blad wordt traditioneel gekneusd op insectenbeten, kleine wondjes en schaafplekken gelegd en als thee bij hoest gebruikt. Klinisch bewijs is beperkt.
Noord-Amerika · Kruid · № 190
Thuja occidentalis
Traditioneel toegeschreven
Ontwormend, samentrekkend, antimicrobieel, ontstekingsremmend, spierstimulerend, antiseptisch.
Noord-Amerika · Kruid · № 332
Baptisia tinctoria
Traditioneel toegeschreven
Antiseptisch, antibacterieel, koortsverlagend, laxerend.
Noord-Amerika · Kruid · № 156
Prunus serotina
De gedroogde bast werd lang in hoestsiropen gebruikt om prikkelhoest te dempen. Modern klinisch bewijs ontbreekt.
Noord-Amerika · Kruid · № 952
Aralia nudicaulis
Lage plant uit de klimopfamilie met een lange, kruipende, aromatische wortel; verwant aan de ginseng en geen familie van de echte sarsaparilla (Smilax).
Noord-Amerika · Kruid · № 634
Gaultheria procumbens
Traditioneel toegeschreven
Verdrijft wind en vocht en koelt hitte bij hete, gezwollen gewrichten en spierpijn, voert vochtige hitte af in de urinewegen en laat stagnerende qi en bloed stromen bij pijn.
Noord-Amerika · Kruid · № 150
Actaea racemosa
Vooral verkocht bij overgangsklachten zoals opvliegers. NCCIH meldt dat de onderzoeksresultaten wisselend zijn en dat er onvoldoende bewijs is dat het helpt.
Noord-Amerika · Kruid · № 209
Helianthus annuus
Zonnebloempitten en -olie zijn rijk aan vitamine E en linolzuur. De olie wordt gebruikt voor droge huid; claims over littekens of huidveroudering zijn niet aangetoond.
Noord-Amerika · Kruid · № 933
Fraxinus nigra
Es die in natte grond groeit. Het hout heeft tussen de jaarringen nauwelijks vezels, zodat het na kloppen in dunne repen splijt. Geneeskrachtige werking is niet onderzocht.
Noord-Amerika · Kruid · № 576
Juglans nigra
Traditioneel toegeschreven
Zuiverend, laxerend, samentrekkend, antibacterieel, antiparasitair, schimmelwerend; reinigt en versterkt de dikke darm, bij huidproblemen, reizigersdiarree, sinusitis, traag werkende schildklier.