Het oude Egypte heeft een van de oudste geschreven geneeskundes ter wereld nagelaten. Al in het Oude Rijk, ruim 4500 jaar geleden, worden artsen bij naam genoemd. Hesy-Ra droeg rond 2600 v.Chr. de titel "hoofd van de tandartsen", en Peseshet wordt genoemd als "opzichteres van de vrouwelijke artsen".
De belangrijkste bronnen zijn medische papyri. De Kahun-papyrus, rond 1800 v.Chr., gaat over vrouwengeneeskunde. De Edwin Smith-papyrus, rond 1600 v.Chr. en een afschrift van een nog oudere tekst, beschrijft verwondingen van hoofd tot romp in een opvallend nuchtere volgorde: onderzoek, diagnose, en het oordeel of een letsel te behandelen is. De Eberspapyrus, rond 1550 v.Chr., telt 110 bladzijden met zo'n 700 tot 800 recepten, geordend naar organen en klachten.
Egyptische geneeskunde maakte indruk op buren. De Griekse geschiedschrijver Herodotos schreef dat Egypte vol artsen zat, elk gespecialiseerd in één kwaal. De bouwmeester Imhotep, die rond 2650 v.Chr. leefde, werd eeuwen later als god van de genezing vereerd, en de Grieken zagen in hem hun eigen Asklepios.