Lāʻau lapaʻau is de traditionele plantengeneeskunde van de inheemse Hawaïanen. De Polynesische zeevaarders die Hawaï bevolkten, brachten in hun kano's planten mee die ze nodig hadden: de "kanoplanten", zoals ʻawa, kukui, noni, ʻōlena en kī.
De genezers, kahuna lāʻau lapaʻau, werden tientallen jaren opgeleid. Ze kenden de planten, de gebeden en de diagnose, en hadden een hoge status.
Na de komst van westerse missionarissen in 1820 en de verspreiding van het christendom werd de traditionele geneeskunde onderdrukt. De wetten van Hawaï bestraften kahuna die genezing beoefenden met boetes of gevangenisstraf; alleen lomilomi, massage, bleef toegestaan. Pas in 1988 erkende het Amerikaanse Congres lāʻau lapaʻau in de Native Hawaiian Health Care Act.